VESTIBULE
L'invention d'un lieu collectif
(2005-2009)
BRUXELLES
production 101e%, projet de la SLRB
(Société du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale)
Saint-Josse-ten-Noode, Cité Saint-françois
Commande publique.
Le lieu est isolé de la rue par deux chemins « cul de sac », dont un seul aboutit au lieu. La cour est enclavée entre une piscine, trois bâtiments du début du siècle (1900), un bâtiment plus récent où se trouve le « Relais - Poste » et la grille du parc. La rénovation de la cour est programmée. Cet espace est d'autant plus problématique qu'il est sans possibilité d'usage collectif. La cour est à la fois très regardée et ne donne pas de possibilité d'appropriation. Il s'agit d'un espace collectif, sans être un lieu. (…)
On ne peut séparer le contexte humain, le contexte architectural et le contexte social de la Cité Saint-François. Cet ensemble deviendra le projet. La démarche première fut le questionnement, la participation active à l'évolution de la perception de l'espace. Ceci s'est fait en travaillant sur les liens complexe entre l'appropriation de la cour par des groupes différents qui occupent/passent/vivent ou interagissent dans la cour et la dimension collective de celle-ci. De nombreuses rencontres ont été organisées ou se sont faites de manière informelle afin de rencontrer tous les groupes acteurs du lieu et de les photographier: les habitants, les associations de quartier, les partenaires sociaux.... Ces photos sont de type documentaire, elles sont des témoignages des rencontres. Ici, de nombreuses cultures différentes se côtoient, il existe souvent l'auto-censure, une discussion est nécessaire pour avoir l'accord sur ce qui va figurer sur l'image/souvenir.
Les groupes-clefs sont représentés. Le fait de faire des photos, produire des images et en parler, change la perception du lieu. Ces photos prises ont été « rendues » aux personnes présente sur les photos (création d'un échange). Cette démarche génère de nouveaux projets: une association de quartier va réaliser un vidéo en pour faire exister le lieu au travers des occupants. Chaque personne/groupe prend conscience qu'il occupe le lieu, qu'il est ici chez lui mais qu'il n'est pas le seul à y être.
Dans un second temps, un travail de photo montage consiste à représenter les différents groupes qui vivent, agissent ou qui pensent l'endroit pour le faire évoluer. Les photos montages sont réalisées avec des personnes d'ici, mais elles ne sont pas identifiables par d'autres, cette distance et l'échelle des images maintient ces images dans une situation permettant à tout le monde de s'y projeter.
Les collages et les recompositions de scènes de groupes sont des images fonctionnant comme des blasons ou des images mémoires appartenant à l'histoire d'un groupe. Des scènes transformées: des poses caricaturales de violences urbaine ont été modifiées en danse urbaine, la femme de ménage est sur un socle, scène sculpturale avec vélos...Toute marque est retirée, l'utilisation de symbole existant est accentué cf. le tag « 1210 », par ailleurs code postal de Saint-Josse, est mis en évidence sur une image comme pour l'officialiser.
Ces images sont sérigraphiées en couleurs sur tôle émaillée de format 50 X 50 cm et sont installées dans le lieu de façon à modifier la lecture de celui-ci et à rendre visible et présents les groupes qui sont là. Cette représentation vise à créer le lieu en tant que tel, à l'instar d'un vestibule dans lequel on dispose les photos clés d'une histoire familiale. L'installation insiste sur la notion d'appropriation d'un espace en mettant en tension la limite entre privé et public.
Le format et la couleur des sérigraphies renvoient à la forme du post-it et suggère qu'il y a quelque chose dont il faudrait se souvenir. Chaque photo montage contient un creux, un vide, une faille renvoyant à une interrogation sur l'usage des espaces communs ou sur les relations humaines liées à la situation sociale.
Ces images aides mémoire suggèrent symboliquement que ce lieu existe en tant que tel par son histoire humaine et que son usage ainsi que son appartenance restent une négociation permanente entre les différents groupes de personnes y passant. L'installation est prévue en même temps que le réaménagement de la cour. L'architecte a prévu pour la rénovation de cet espace de mettre en place des colonnes qui suivent la courbe du chemin d'accès et empêchent les voitures de se garer. En concertation avec l'architecte Arnaud Théval choisit d'utiliser les colonnes comme support artistique afin de transformer cet espace en vestibule où des images en « post-it » rappellent aux occupants de se souvenir de quelque chose.
L'oeuvre se prolonge dans la réalisation d'une série de magnets qui reprennent à l'identique chacune des photos installées dans le lieu au pied du building. Cette collection de magnets est offerte aux habitants, permettant ainsi un passage d'un lieu public à un lieu privé. Les images acquièrent ainsi un autre statut, il n'y a plus la distance liée à l'oeuvre d'art et chacun peut en user comme il le souhaite, avec bien entendu la possibilité d' appliquer les magnets sur le frigo (apparition la dimension collective chez les gens). Ce transport d'images ouvre les perspectives du projet en faisant exister le lieu partout là où sont diffusées les magnets, y compris sur les frigos d'autres décideurs et/ou acteurs politiques ou collectionneurs d'art.
Arnaud Théval, septembre 2006.
Lire la contribution d'Hervé Béchy >>
(à venir)
Sint-Joost-ten-Node, Sint-Franciscusproject
SC “Goedkope woningen van Sint-Joost-ten-Node”
De plek wordt van de straat gescheiden door twee doodlopende wegen, waarvan er één uitkomt op de plek. De koer ligt tussen een zwembad, drie gebouwen van het begin van de vorige eeuw, het recentere gebouw waar de « Pleisterplaats – Post » zich bevindt en het hek van het park. De renovatie van het park staat op stapel. Deze ruimte zorgt vooral voor problemen, omdat er geen collectief gebruik van kan worden gemaakt. Er is volop inkijk op de koer, maar er kan niets mee worden aangevangen. Het is een collectieve ruimte, maar eigenlijk is het geen echte plek.
De menselijke, architectonische en sociale context van de Sint-Franciscuswijk kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Dat geheel wordt het project. De eerste stap werd gezet aan de hand van vragen en de actieve participatie aan de evolutie van de manier waarop de ruimte wordt gezien. Dit gebeurde door te werken aan de complexe verbanden tussen het gebruik van de koer door uiteenlopende groepen die er verblijven, voorbijkomen, wonen of er contacten hebben met elkaar en de collectieve dimensie ervan. Er werden talrijke vergaderingen belegd of mensen kwamen informeel samen om alle groepen die bij de plek betrokken zijn te ontmoeten en te fotograferen: de bewoners, de wijkverenigingen, de sociale partners... De foto’s zijn documenten en getuigen van die ontmoetingen. Hier leven heel wat verschillende culturen naast elkaar samen. Er is vaak sprake van zelfcensuur en er was een discussie nodig om een akkoord te bereiken over wat er op de fotografische herinneringen zou worden geplaatst.
De sleutelgroepen zijn vertegenwoordigd. Het feit dat foto’s en beeldmateriaal wordt gemaakt, verandert de perceptie van de plek. Deze foto’s werden overhandigd aan de mensen die erop voorkomen (er is sprake van een wisselwerking). Dat initiatief zorgt voor nieuwe projecten: een wijkvereniging zal een video maken, zodat de plek via de bewoners tot leven wordt gebracht. Iedereen en elke groep wordt zich ervan bewust dat hij of zij gebruik maakt van de plek. Iedereen is hier thuis, maar niemand is hier alleen.
Vervolgens werd er een fotomontage gemaakt waarop de verschillende groepen voorkomen, die er wonen en er handelen of die over de evolutie van de plek nadenken. De fotomontages werden verwezenlijkt met mensen van hier, maar ze kunnen niet door anderen worden herkend. Die afstand en de schaal van de foto’s zorgen ervoor dat iedereen zich erin kan herkennen.
De collages en de hersamenstellingen van groepen zijn beeldmateriaal dat dienst doet als teken of beeldend herinneringsmateriaal dat behoort tot de geschiedenis van een groep. Gewijzigde scènes: karikaturale bewegingen van stadsgeweld worden omgezet in een stedelijke dans. De huisvrouw staat op een sokkel, er is een sculpturale scène met fietsen... Elk kenmerk is weggenomen. Het gebruik van het bestaande symbool wordt geaccentueerd. Zo wordt de tag « 1210 » (de postcode van Sint-Joost) op een foto in de schijnwerpers geplaatst, waardoor het beeld iets officieels krijgt.
Deze foto’s werden in serie afgedrukt op een geëmailleerde plaat van 50 X 50 cm en werden ter plaatse geïnstalleerd om de benadering van de plek te wijzigen en deze zichtbaarder te maken voor de groepen die er aanwezig zijn. Deze representatie creëert zodoende de plek als ware het een vestibule waarin de belangrijkste familiefoto’s worden geplaatst. De installatie legt de nadruk op de manier waarop een ruimte wordt ingenomen en creëert een spanningsveld tussen privé en openbaar.
Het formaat en de kleur van de in serie geplaatste foto’s verwijzen naar de vorm van een post-it die suggereert dat we iets moeten onthouden. Iedere fotomontage bevat een holte, een leegte, een fout die verwijst naar de vraag over het gebruik van de gemeenschappelijke ruimten of de menselijke relaties die met de sociale situatie verband houden.
Deze fotografische geheugensteuntjes suggereren symbolisch dat de plek op zich bestaat door de menselijke geschiedenis ervan en dat over het gebruik en het bezit ervan voortdurend onderhandeld moet worden tussen de verschillende groepen die er mee te maken hebben. De installatie wordt tegelijk met de heraanleg van de koer gepland. Voor de renovatie van de ruimte wil de architect werken met kolommen die de bocht van de toegangsweg volgen en die parkeren onmogelijk maken. Na ruggespraak met de architect heeft Arnaud Théval beslist voor zijn kunstwerk gebruik te maken van de kolommen. Zodoende wordt de ruimte omgetoverd tot een vestibule waar foto’s als post-it’s de bewoners eraan herinneren dat ze iets niet mogen vergeten.
Het kunstwerk wordt verlengd aan de hand van een reeks magnets met daarop de foto’s die onderaan het gebouw zijn opgehangen. Deze verzameling magnets wordt aangeboden aan de bewoners, waardoor er een overgang gerealiseerd wordt tussen een openbare en een private plek. Zodoende krijgen de foto’s een ander statuut. De afstand van het kunstwerk verdwijnt en iedereen kan er naar eigen goeddunken gebruik van maken. De magnets kunnen bijvoorbeeld op de koelkast worden bevestigd (zodoende krijgt de collectieve dimensie een plaatsje bij de mensen thuis). Door het transport van de foto’s krijgt het project nieuwe perspectieven. Dankzij de verspreiding van de magnets komt de plek overal tot leven. Ook op de koelkasten van andere beslissingnemers en/of beleidsmensen of kunstverzamelaars.
Arnaud Théval, september 2006.